WEL3 Omgevingsbeleving
Uit DGBC Wiki
WEL3 Omgevingsbeleving | ||
|---|---|---|
| Categorie: Welzijn & Welvaart | Maximum aantal punten: 3 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
De belevingswaarde van de omgeving, draagt bij aan het welzijn van de gebruikers. Een hogere belevingswaarde geeft een hoger welzijnsniveau.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de belevingswaarde van een gebied geïnventariseerd is aan de hand van een sterkte/zwakte analyse (inventariseren). |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat optimaal gebruik gemaakt wordt van de bestaande belevingskwaliteiten met het oog op het optimaliseren van de belevingswaarde (optimaliseren). |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat door toevoeging van nieuwe belevingskwaliteiten de belevingswaarde van het gebied verbeterd wordt (versterken). |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste punt
1. Indien bij de sterkte/zwakte analyse tenminste de volgende vragen zijn beantwoord:
- Er een analyse is gemaakt welke aangeeft hoe het huidige en omliggende gebied scoort op de indicatorenlijst.
- De sterke en zwakke belevingskwaliteiten van het huidige en omliggende gebied zijn beschreven.
Tweede punt:
1. Een gemotiveerde keuze, vastgelegd in een visie, welke aangeeft hoe de bestaande belevingskwaliteiten bij gebiedsontwikkeling worden ingezet/gebruikt dan wel weggelaten. Minimaal 50% van de bestaande kwaliteiten op basis van de indicatorenlijst worden gehandhaafd.
Derde punt:
1. Er wordt aangetoond dat nieuwe belevingskwaliteiten zijn toegevoegd; welke dat zijn en in welke mate deze op een positieve wijze bijdragen aan het versterken van de belevingswaarde. Minimaal 70% van alle indicatoren uit de lijst scoren positief.
Aanvullingen op de criteria-eisen
Indicatorenlijst
Het onderzoek zal worden uitgevoerd aan de hand van een inventarisatie. Met behulp van een indicatorenlijst wordt gekeken naar de sterke en zwakke belevingskwaliteiten van het gebied. Het onderzoek zal uitgevoerd worden door een onafhankelijke instantie, danwel middels een enquête onder de gebruikers. Indien het onderzoek in de planfase uitgevoerd wordt, kan er gebruik gemaakt worden van gegevens over de belevingskwaliteiten van omliggende gebieden en bestaande onderzoeken. In de realisatie- en gebruiksfase kan er aanvullend gebruik gemaakt worden van de gegevens van de gebruikers van het gebied. Aan de hand van zelf opgestelde enquêtes gebaseerd op de indicatorenlijst zal de omgevingsbeleving van de bewoners en gebruikers gemeten kunnen worden.
De volgende thema’s vormen de indicatorenlijst:
- Horizonbeleving;
- Water: sloten, oevers, rivieren, beekjes;
- Begroeiing/natuurlijkheid: verschillend groen;
- Identiteit: van het gebied;
- Reliëf: vlak of glooiend;
- Eenheid: afwisseling binnen het landschap;
- Gebruik: inrichting voor functies, bereikbaarheid en toegankelijkheid;
- Ruimtelijkheid: indeling van de ruimte, het landschap, stratenplan;
- Beheer van openbare ruimte: toezicht op naleving van regels en onderhoud;
- Kwaliteit van de bebouwing;
- Mogelijkheden tot recreatie.
Sterkte/zwakte Analyse
Voor de analyse wordt de indicatorenlijst gebruikt. De analyse moet minimaal de volgende hoofdstukken omvatten: Sterke en zwakke punten en Kansen en bedreigingen. Binnen deze credit worden alleen fysieke aspecten beoordeeld, zoals het stratenplan, het groen en blauw, de architectuur, de pleinen, openbare ruimtes e.d.
Belevingskwaliteiten
De analyse moet aantonen welke belevingskwaliteiten er in het plangebied te vinden zijn, welke als sterk en zwak worden gezien binnen de meer algemeen geldende waarden van de typologie en welke kwaliteiten locatiespecifiek zijn. De analyse moet een duidelijke legitimering van keuzes aangeven voor de genoemde kwaliteiten.
Gebiedsgrens / systeemgrens
Deze credit is van toepassing op het plangebied. Het omliggende gebied wordt meegenomen wanneer met name wordt gekeken naar de fysieke landschappelijke belevingskwaliteiten die zich aangrenzend aan het plangebied bevinden (zoals een bos, een natuurpark aan de rand van het plangebied of interessante zichtlijnen). ‘Omliggend’ is bijvoorbeeld: de systemen die deels binnen het plangebied liggen en/of er direct aan grenzen, zoals een bos, park, open water, weilanden, bedrijventerreinen, fabrieksterreinen, wijken etc.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste punt
Eis 1
- De sterkte/zwakte analyse, welke is gemaakt op basis van de indicatorenlijst waardoor een goede inventarisatie is gemaakt van de verschillende belevingskwaliteiten in het gebied.
Tweede punt
Eis 1
- Een ondertekende brief van het ontwerpteam waarin men bevestigt minimaal 50% van de positief scorende elementen uit de indicatorenlijst mee te nemen in het ontwerp en het ontwikkelproces.
Derde punt
Eis 1
- Een onderbouwing van het ontwerpteam waarin men aantoont dat en in welke mate de nieuwe belevingskwaliteiten een bijdrage leveren aan de belevingswaarde van het gebied. Dit kan middels referenties of voorbeeldprojecten of onderzoek waardoor minimaal 70% van de indicatoren positief scoren.
Realisatiefase
Eerste punt
Eis 1
- Gelijk aan de planfase, geactualiseerd naar de realisatiefase.
Tweede punt:
Eis 1
- Bewijsstukken die aantonen dat de in de planfase geselecteerde bestaande belevingswaarden behouden blijven (minimaal 50% van de indicatorenlijst scoort positief). Bewijsstukken kunnen zijn: masterplan, uitvoeringstekeningen, foto’s van omringende elementen met een hoge belevingswaarde.
Derde punt:
Eis 1
- Bewijsstukken die aantonen dat de in de planfase geformuleerde nieuwe belevingswaarden daadwerkelijk gerealiseerd worden (minimaal 70% van de indicatorenlijst scoort positief). Bewijsstukken zijn masterplannen, uitvoeringstekeningen, foto’s van opgeleverde elementen.
Beheerfase
Eerste punt
Eis 1
- Gelijk aan de realisatiefase, geactualiseerd naar de realisatiefase.
Tweede punt:
Eis 1
- Foto’s of beeldmateriaal dat aantoont dat de in de planfase geselecteerde bestaande belevingswaarden daadwerkelijk behouden zijn. (minimaal 50% van de indicatorenlijst scoort positief)..
Derde punt:
Eis 1
- Foto’s of beeldmateriaal dat aantoont dat de in de planfase geformuleerde nieuwe belevingswaarden daadwerkelijk gerealiseerd zijn. (minimaal 70% van de indicatorenlijst scoort positief)..
Definities
- Belevingswaarde
- De belevingswaarde van een ruimte heeft betrekking op de mate waarin de gebruiker het verblijf in, of het gebruik van die ruimte als kwalitatief ervaart. Het is dus een kwaliteitscriterium bij de beoordeling van een ruimte (bebouwd of open) of een ruimere omgeving. http://www.encyclo.nl/begrip/Belevingswaarde/
- Belevingskwaliteit
- Een voorbeeld van fysieke uitrusting die bijdraagt aan de verschaffing van woon- en werkgenot. Een fysieke uitrusting kan bijvoorbeeld zijn het planten van bomen en toevoegen van waterpartijen.
Aanvullende informatie
De belevingswaarde van een gebied wordt meestal integraal benaderd door deze te bekijken vanuit verschillende belangen: cultureel, economisch, sociaal en ecologisch. Deze belangen worden grotendeels ook in andere welzijn- en welvaartcredits van dit keurmerk behandeld. In deze credit wordt daarom gekeken naar de omgevingsbeleving van het landschap en de natuur zoals de fysieke groen en watervoorzieningen in een gebied. Daarnaast worden thema’s behandeld zoals ruimtelijkheid, identiteit en beheer. De omgevingsbeleving wordt hier concreet en meetbaar gemaakt door aan de hand van een indicatorenlijst aan te geven welke belevingskwaliteiten in het gebied aanwezig zijn. Zo is het mogelijk om ook al in de planfase aan te geven welke belevingskwaliteiten bij kunnen dragen aan een kwalitatief hoogwaardige belevingswaarde van de omgeving. Houd er rekening mee dat een fysieke belevingskwaliteit in het buitengebied minder sterk kan bijdragen aan de belevingswaarde van het buitengebied dan in het binnenstedelijk gebied. Toevoeging van groen in een wijk in de binnenstad kan de belevingswaarde sterk verhogen. In de gebruiksfase kan er door middel van het afnemen van enquêtes (gebaseerd op de indicatorenlijst) onder de gebruikers van het gebied een goed beeld worden verkregen van de omgevingsbeleving. Omdat met name de beleving moeilijk is te achterhalen in de planfase (als de fysieke kwaliteiten nog niet zijn gerealiseerd), kan er in deze fase o.a. gebruik gemaakt worden van de gegevens in een beeldkwaliteitsplan. Veel gemeenten hebben inmiddels dergelijke plannen voor hun stedelijk gebied opgesteld. Ook voor landelijke gebieden zijn deze planvormen bruikbaar, bijvoorbeeld bij het toetsen van de (agrarische) bedrijfsontwikkeling in het landschapsbeeld. Het plan beschrijft de na te streven beeldkwaliteit van het gebied. Dat gebeurt ondermeer door aan te geven op welke ruimtelijke kenmerken van landschap en bebouwing en landschappelijke structuren en elementen moeten worden ingespeeld en welke streefbeelden daarbij gelden. Een dergelijk plan biedt aan welstandscommissies een toetsingskader bij het beoordelen van bouw-en inrichtingsplannen. (bron: http://www.ruimtexmilieu.nl/index.php?nlD=324/)
Referenties
Ten behoeve van de bewijsvoering mag men gegevens/indicatoren gebruiken uit bestaande instrumenten, zoals:
a. Schaalbalken CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2007:
http://www.crow.nl/nl/Binaries/PDF/PDF/
Beheersystematiek/Schaalbalken_kwaliteitscatalogus_2007.pdf
b. BelevingsGIS: genereert een kaartbeeld op basis van de voorspellende waarde van verschillende geografische gegevens van het Nederlandse landschap (Alterra)
c. Hotspotmonitor: een web-gebaseerde enquête tool waarmee snel grote groepen mensen kunnen worden gevraagd naar aantrekkelijke plekken (samenwerking van RUG-PBL-WUR Alterra)
d. Monitor Nota Ruimte 2009, Belevingswaarden monitor 2009, Natuureffecten MKBA: Lokale natuurwaarde indicator (PBL)
e. Leefomgevingsbalans van groene ruimte (RIVM)
- GPR Stedenbouw
- DPL – belevingskwaliteiten, indicatoren verzameld ahv (bestaande) leefbaarheid enquêtes
- KISS – belevingskwaliteit en belevingswaarde
- Lemon (RIGO) geeft inzicht in de actuele stand van zaken van de subjectieve beleving van bewoners. Lemon kan specifieken weergeven wat er speelt in een buurt. Het biedt maatwerk per gemeente; naast de mogelijkheid om specifieke vragen in de enquête op te nmen, is het mogelijk zelf de buurtindeling te bepalen en in te zoomen op ‘probleembuurten’ door daar bijvoorbeeld extra vragen uit te zetten. Niet voor alle gemeenten zijn gegevens beschikbaar
- De Leefbaarometer
- WoON sociaal-fysiek (VROM)
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
Alle Welzijncredits
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:geen Koppeling met BREEAM Bestaande bouw:geen