SYN3 Adaptief Vermogen

Uit DGBC Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken


SYN3 Adaptief Vermogen

Categorie: Synergie Maximum aantal punten: 4 Verplicht? Nee

Doel van de credit

Zeker stellen dat de voor de geplande gebiedsontwikkeling vastgelegde kaders het mogelijk maken dat de gebiedsontwikkeling zich in de tijd kan aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Toepassing

Planfase Realisatiefase Beheerfase

Creditcriteria

Er kunnen maximaal 4 punten als volgt toegekend worden:

Punten Criterium
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat bij de gebiedsontwikkeling sprake is van toekomstbestendigheid op het vlak van ruimte en mobiliteit.
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat bij de gebiedsontwikkeling sprake is van toekomstbestendigheid op het vlak van ecosystemen.
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat bij de gebiedsontwikkeling sprake is van inzet van flexibele instrumenten.
Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de gebiedsontwikkeling ruimte geeft aan een tijdelijk gebruik van gebouwen en locaties en een geleidelijke, bij de omstandigheden passende ontwikkeling mogelijk maakt.

Criteria-eisen

Het volgende toont aan dat wordt voldaan:

Eerste punt

  1. Er is minimaal 1 groei- en 1 krimpscenario uitgewerkt inzake het toekomstige ruimtegebruik en verplaatsingsgedrag, de scenario’s omvatte ten minste het volgende:
  1. De scenario’s omvatten de ‘modal-split’ ofwel de verdeling tussen langzaam vervoer, openbaar vervoer, goederenvervoer en individueel vervoer.
  2. De scenario’s nemen als variabelen wijzigende omstandigheden op het vlak van demografie en economie.
  3. De scenario’s kijken minimaal 15 jaar vooruit.

Tweede punt

  1. Door een erkend ecoloog zijn voor het plangebied drempelwaarden benoemd waarbij de ecologische systemen op eigen kracht herstellend vermogen bezitten om verstoringen te kunnen opvangen. Het gaat hier om de capaciteit van een ecosysteem (natuur en landschap) om verstoringen te adopteren c.q. te mitigeren als gevolg van vermindering van biodiversiteit, exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling, vermesting, bodemverontreinigingen, intensief landgebruik, calamiteiten (zoals bos- en heidebranden, stormen, insecten- of algenplagen) en klimaatveranderingen (zoals waterspiegel- en temperatuurstijgingen).
  2. De drempelwaarden zijn zodanig gedocumenteerd en gearchiveerd bij de gemeente(n) waarbinnen het plangebied valt, dat deze informatie in de toekomst kan worden ontsloten voor het publiek.

Derde punt

  1. Voor het plangebied geldt een globaal bestemmingsplan (c.q. meerdere bestemmingsplannen) waarmee relatief eenvoudig ingespeeld kan worden op demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen, en er tevens flexibiliteit wordt geboden voor nieuwe ideeën en beleid.
  2. Het bestemmingsplan omvat naast een vast raamwerk, ook flexibiliteit in bouwvolumes en functietoekenningen.
  3. De gemeente is ingericht op de één loket- en digitale dienstverlening inzake de omgevingsvergunning.

Vierde punt

  1. Tijdelijk gebruik van gebouwen en ruimten gedurende de gebiedsontwikkeling is mogelijk ten dienste van maatschappelijke en/of commerciële belangen.
  2. Er is gedurende de gebiedsontwikkeling sprake van een professionele organisatie voor gebiedsbeheer die het beheer uitvoert zodanig dat tijdelijk gebruik van gebouwen en ruimten mogelijk is ten dienste van maatschappelijke en/of commerciële belangen.
  3. De professionele organisatie functioneert onder verantwoordelijkheid van de gebiedsontwikkelaar.
  4. De gebiedsbeheerorganisatie beschikt over een meerjarenbegroting en jaarrekeningen.

Aanvullingen op de criteria-eisen

Benodigd Bewijsmateriaal

Planfase

Eerste punt

Eis 1 tot en met 3

Tweede punt

Eisen 1 en 2

Derde punt

Eisen 1 tot en met 3

OF

Vierde punt

Eisen 1 tot en met 4

Realisatiefase

Eerste punt

Eisen 1 tot en met 3

OF

Tweede punt

Eisen 1 en 2

OF

Derde punt

Eisen 1 tot en met 3

Vierde punt

Eisen 1 tot en met 4

OF

Beheerfase

Alle punten:

Idem aan de Realisatiefase met actualisatie van de feitelijke situatie.

Definities

Aanvullende informatie

Globaal / flexibel bestemmingsplan

Het komt voor dat rigiditeit van bestemmingsplannen het flexibel inspelen op wijzigende (demografische, sociaal-economische, ecologische) omstandigheden belemmert. Flexibiliteit is in deze context ook duurzaamheid, simpelweg omdat het ontwikkelen van structuren waar niet langer behoefte aan is, niet duurzaam is. ‘Blauwdrukontwikkelingen’ –die ontwikkelingen waarbij veel details over lange perioden vooruit vooraf zijn vastgelegd- worden vanuit deze overwegingen daarom niet als duurzaam beschouwd. Indien de gemeente geen onderdeel vormt van de ontwikkelende partijen, kan het diezelfde ontwikkelende partijen niet ‘aangerekend’ worden dat de bestemmingsplannen mogelijk geen of onvoldoende flexibiliteit bevatten. Deze partijen kunnen zich hier echter wel hard voor maken en daarom wordt dit aspect hier toch beloond.

Omgevingsvergunning

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De wet is in werking getreden per 1-10-2010 en strekt tot doel de regeldruk te verminderen, snelheid te betrachten bij vastgoedontwikkelingen.

De vergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu zijn opgenomen in de omgevingsvergunning. Dat zijn onder andere de:

In de omgevingsvergunning zijn ook verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen opgenomen.

Referenties

Koppeling met andere credits in dit Keurmerk

Met alle credits in het keurmerk

Koppeling met andere keurmerken

Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:

HEA 16 – Flexibiliteit

Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw:


Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Direct naar
Creditsjablonen
Hulpmiddelen
Overig
Boek maken