RO5 Abiotische structuren
Uit DGBC Wiki
RO5 Abiotische structuren | ||
|---|---|---|
| Categorie: Ruimtelijke ontwikkeling | Maximum aantal punten: 3 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Behouden en waar mogelijk versterken van de aanwezige abiotische structuren binnen het plangebied en voor structuren van buiten het gebied waarop aangesloten kan worden (systeemgrens).
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Beheerfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 1 | waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de abiotische structuren zijn geïnventariseerd en gewaardeerd. (inventariseren) |
| 1 | waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de abiotische structuren worden behouden, dan wel waar de keuze tot niet behouden wordt onderbouwd en ontstane schade wordt gecompenseerd. (behouden en compenseren) |
| 1 | waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat de abiotische structuren zijn ingezet voor het vergroten van de kwaliteit van de gebiedsontwikkeling. (versterken) |
Criteria-eisen
Het volgende toont aan dat wordt voldaan:
Eerste punt
1. Door een ecoloog is een inventarisatie gemaakt van aanwezige boven- en ondergrondse abiotische structuren, welke essentieel zijn voor het voortbestaan van de aanwezige ecologie (op lokale en regionale schaal).
2. Onderdeel van de inventarisatie is tevens een waardering van structuren: welke zijn op welke manier relevant voor het gebied.
3. De inventarisatie gaat uit van de structuren in het gebied maar beschouwt daarbij tevens de systeemgrenzen. Dus als bijvoorbeeld een rivierbedding het gebied doorkruist, dan dient het relevante deel van de hele rivierbedding te worden beschouwd.
4. De inventarisatie is opgesteld in samenwerking met een instantie die zeggenschap heeft over de abiotische structuren in het gebied.
Tweede punt:
Eerste punt is behaald, en
1. Er is bij de uitwerking van de gebiedsvisie een plan opgenomen waarin omschreven is hoe de geïnventariseerde bestaande abiotische structuren worden behouden, waarbij nadruk gelegd wordt op structuren die in de inventarisatie een hoge waardering genieten.
EN:
2. Indien door de gebiedsontwikkeling abiotische structuren worden aangetast, wordt de keuze hiertoe onderbouwd en wordt aangetoond hoe de schade gecompenseerd gaat worden binnen de gebiedsexploitatie. De onderbouwing is opgesteld in overleg met een lokale, regionale of nationale instantie die zeggenschap heeft over de abiotische structuren in het gebied.
Derde punt
Tweede punt is behaald, en
1. Er is onderbouwd hoe de aanwezige abiotische structuren worden ingezet om de kwaliteit, van het gebied te versterken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- Het zichtbaar maken van een bestaande ondergrondse waterstroom in een parkeergarage
- Het inpassen van bebouwing in een oude rivierbedding
- Het verbinden van voorheen gescheiden abiotische structuren zodanig dat ze een toegevoegde waarde creëren.
Aanvullingen op de criteria-eisen
Abiotische structuren vormen de habitat (voorwaarde) voor de aanwezige ecologie (biotische natuur) en kunnen daarbij een intrinsieke waarde hebben. Hierbij moet gedacht worden aan:
- Een watertafel die een veengebied in stand houdt;
- Afzettingen van voedingsstoffen die een biotoop voedt (bijv. een mergelgrot met veel kalkafzetting);
- Zandgronden waarop een heidegebied gedijt;
- Een ondergrondse waterstroom die een rivier voedt;
- Indien niet meer (zichtbaar) aanwezig, is een verdwenen structuur ook van belang: deze kan ook hersteld worden (bijv. herstel van historische beeklopen, ook in stedelijke gebieden);
- Abiotische structuren kunnen dus ook (ooit) zijn aangelegd door de mens;
- Aardkundige monumenten
De vaststelling of iets ‘essentieel is voor het voortbestaan van de aanwezige ecologie’ moet zijn gefiatteerd door een erkend ecoloog. De ecoloog schakelt desgewenst externe expertise in, bijv. een hydroloog of een cultureel erfgoed expert.
De vaststelling of op lokale schaal door de gebiedsontwikkeling, direct of indirect, abiotische structuren worden aangetast, moet zijn gefiatteerd door een erkend ecoloog. De ecoloog schakelt desgewenst externe expertise in, bijv. een hydroloog of een cultureel erfgoed expert.
Een ‘instantie met zeggenschap’ hoeft geen overheidsinstantie te zijn. Ook een (semi-)private instelling kan door onder andere zijn positie, eigen historie of opgebouwd gezag ook erkend zijn als een instantie met morele zeggenschap, bijvoorbeeld een privaat museum of kennisinstituut. De eis dat dergelijke instanties betrokken worden is geen wettelijke eis, maar een middel om zorg te dragen voor optimale kennisuitwisseling. Tevens ontstaat er hierdoor een relevante bronnenlijst voor het onderzoek.
Compensatie betreft het aanleggen van een gelijkende (≠ gelijkwaardige) abiotische structuur binnen de ‘lokale schaal’ van het gebied, oftewel de systeemgrens van de desbetreffende abiotische structuur. De nieuw aan te leggen gelijkende structuur is een logisch onderdeel van aanwezige abiotische structuren.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Eerste punt:
Eis 1
- Opsomming van de structuren voorzien van classificatie ‘essentieel’ of ‘niet-essentieel’ inclusief onderbouwing, door een erkend ecoloog
- Opsomming van de structuren voorzien van classificatie ‘essentieel’ of ‘niet-essentieel’ inclusief onderbouwing, door een erkend ecoloog
Eis 2 en 3
- Een kaart of kaarten van het gebied inclusief de relevante systeemgrenzen met de structuren bovengronds, op maaiveld en ondergronds
- Een kaart of kaarten van het gebied inclusief de relevante systeemgrenzen met de structuren bovengronds, op maaiveld en ondergronds
Eis 4
- Schriftelijk bewijs dat het onderzoek tot stand is gekomen met medeweten / medewerken / inspraak / akkoord van de betreffende instantie met zeggenschap.
- Schriftelijk bewijs dat het onderzoek tot stand is gekomen met medeweten / medewerken / inspraak / akkoord van de betreffende instantie met zeggenschap.
Tweede punt:
Eis 1
- Het masterplan waarin wordt aangetoond dat de geïnventariseerde structuren worden behouden
EN:
- Indien structuren niet worden behouden, de onderbouwing van de keus tot niet behouden
- Indien structuren niet worden behouden, de onderbouwing van de keus tot niet behouden
Eis 2
- Maatregelen, uitgedrukt in tijd, financiën en plaats, die tot de compensatie moeten leiden.
Eis 3
- Schriftelijk bewijs dat het onderzoek tot stand is gekomen met medeweten / medewerken / inspraak / akkoord van de betreffende instantie met zeggenschap.
- Schriftelijk bewijs dat het onderzoek tot stand is gekomen met medeweten / medewerken / inspraak / akkoord van de betreffende instantie met zeggenschap.
Derde Punt:
Alle eisen
- Een in het masterplan vastgelegd uitgewerkt plan waarmee de aanwezige abiotische structuren worden ingezet ter versterking van de gebiedsontwikkeling.
Realisatiefase
Alle punten:
Alle eisen
- Een rapport met bewijsmateriaal, opgesteld door de assessor, waarin wordt aangetoond dat de voorgestelde maatregelen uit de Planfase daadwerkelijk worden opgevolgd en uitgevoerd.
EN:
- Indien wijzingen zijn opgetreden ten opzichte van de Planfase die redelijkerwijs (zouden) moeten leiden tot aangepaste maatregelen, een door de opdrachtgever ondertekende verklaring van de reden van wijziging en de daarbij behorende passende maatregelen.
- Indien wijzingen zijn opgetreden ten opzichte van de Planfase die redelijkerwijs (zouden) moeten leiden tot aangepaste maatregelen, een door de opdrachtgever ondertekende verklaring van de reden van wijziging en de daarbij behorende passende maatregelen.
Beheerfase
Alle punten:
Alle eisen
- Een rapport met bewijsmateriaal, opgesteld door de assessor, waarin wordt aangetoond dat de voorgestelde maatregelen uit de Planfase daadwerkelijk zijn opgevolgd en uitgevoerd.
EN:
- Indien wijzingen zijn opgetreden ten opzichte van de Planfase die redelijkerwijs (zouden) moeten leiden tot aangepaste maatregelen, dan een door de gebiedsbeheerder ondertekende verklaring van de reden van wijziging en de daarbij behorende passende maatregelen. Wijzigingen kunnen ook optreden door of vanuit de natuur zelf. Indien bijvoorbeeld groene of blauwe structuren voorzien waren als habitat voor een bepaalde soort, maar die soort blijkt zich anders te gedragen dan voorzien waardoor de beoogde effecten niet worden gehaald, dan moeten passende maatregelen worden overwogen.
- Indien wijzingen zijn opgetreden ten opzichte van de Planfase die redelijkerwijs (zouden) moeten leiden tot aangepaste maatregelen, dan een door de gebiedsbeheerder ondertekende verklaring van de reden van wijziging en de daarbij behorende passende maatregelen. Wijzigingen kunnen ook optreden door of vanuit de natuur zelf. Indien bijvoorbeeld groene of blauwe structuren voorzien waren als habitat voor een bepaalde soort, maar die soort blijkt zich anders te gedragen dan voorzien waardoor de beoogde effecten niet worden gehaald, dan moeten passende maatregelen worden overwogen.
Definities
- Abiotische structuur
- alle abiotische natuurlijke structuren ((grond-)water, materiële afzettingen, voedingsstromen, toplaag, etc. etc.) die de habitat vormen voor de aanwezige ecologie.
- Lokale schaal
- de systeemgrens van de abiotische structuur. Deze is niet vooraf vast te definiëren en is doorgaans niet gelijk aan de gebiedsgrens. De systeemgrens dient eerder te ruim dan te krap genomen worden en wordt bepaald door de natuurlijke grenzen van de specifieke structuur, zoals een rivierbedding of een grondwatertafel.
- Erkend Ecoloog
- Voor de definitie van een erkend ecoloog, gaat dit keurmerk uit van de definitie die de Dienst Regelingen (de dienst van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie dat vergunningen en ontheffingen verleent met betrekking tot de Flora- en faunawet) hanteert. Een erkend ecoloog is een persoon die:
- 1. op hbo-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie EN/OF
- 2. als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus EN/OF
- 3. zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals Das en Boom, VZZ, RAVON, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, VOFF, SOVON, etc.).
Aanvullende informatie
Referenties
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
Gebiedskenmerken
Biotische natuur (ecologie)
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:
Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw: