Overleg:Wst 6 Inrichting
Uit DGBC Wiki
3e klankbordgroepvergadering
Credit Wst6 – vloerafwerking kan veralgemeniseert worden naar volledige breedte van afbouw: in principe moet het bouwproces zo georganiseerd worden dat je voorkomt dat je bij later weer dingen moeten slopen: plafonds en fit out komen al bij postconstruction aan de orde: credit kan pas beoordeeld (en beloont) worden bij ingebruikname van het gebouw.
Geconcludeeerd wordt dat je de credit pas kan krijgen als je afbouw ‘on demand’ doet en als je dat niet doet krijg je de credit niet. Er hoeft geen onderscheid gemaakt te worden in plafonds, keukens, vloerafwerking en binnenwanden.
1-12-08 Verweij zegt:
In de nu geschreven credit is het breder getrokken dan alleen de vloerafwerking. Het is dus eigenlijk een flexibiliteit credit geworden. Moet de naam dan ook niet aangepast worden?
Advisory group opmerkingen 12-09-2008
Zwart: te veel detail niveau, wat niet veel invloed heeft vanuit ontwikkelaar (is gebruiker). Maar: Vloerbedekking is wel een hele grote belasting op duurzaamheid.
Breder trekken? Naar instandhouding van een gebouw.
Breder trekken naar interieur, binnenwanden etc. Valt dus altijd in fit-out. Ontwikkelaar kan bijvoorbeeld punten krijgen als hij voorwaarde scheppende maatregelen heeft getroffen.
[bewerken] 12-10-2009
In de BN 1.0 wordt gesproken over “afwerking”. De genoemde onderdelen die representatief zouden kunnen zijn voor inrichting/afwerking zijn wat mij betreft niet dekkend voor wat bij inrichting/afwerking zou kunnen behoren.
Het eerste wat mij nodig lijkt is een definitie van de inrichting/afwerking van een gebouw.
Een voorzet voor de definitie zou kunnen zijn: Onder inrichting/afwerking wordt verstaan alle materialen en diensten die behoren bij het gebouw, aanwezig zijn in een gebouw en/of worden aangebracht in en/of aan en/of op een gebouw en die geen (essentieel) onderdeel zijn van het cascogebouw en/of de in en bij het cascogebouw behorende installaties.
Inrichting kan bouwkundig van aard zijn, of (functioneel)interieur, of decoratie of signing. Elk denkbare constructie en elk denkbaar materiaal en de (on)denkbare combinaties ervan kunnen deel uitmaken van een inrichting/afwerking. Het benoemen en/of omschrijven is daarom niet haalbaar. De definitie richt zich uitsluitend op de splitsing tussen casco + installaties aan de ene kant en inrichting en afwerking aan de andere kant. “Creatieve” uitleg van de definitie wordt hiermee voorkomen.
Waarom is een “label” apart voor inrichting/afwerking belangrijk?
Als we ons even beperken tot Nederland. In Nederland heeft elk bedrijf, elke instelling/overheid/gemeente/provincie/waterschap enz. en de gehele retail een of meerdere gebouwen met in elk van die tienduizenden gebouwen een inrichting/afwerking. De vervangingscyclus van die inrichting/afwerking ligt gemiddeld tussen de 2 en 15 jaar. Op dit moment zijn deze inrichtingen/afwerking voor een heel groot deel gemaakt van niet recyclebare materialen en/of constructies en deels zelfs van giftige materialen. Het overgrote deel van de inrichtingen/afwerkingen zal na de gebruiks- of levensduur gesloopt en afgevoerd moeten worden als afval.
Dit betekend dat minimaal 1 x 15 jaar alle inrichtingen/afwerking van alle gebouwen in Nederland voor een groot deel verbrand moeten worden en een enorme twijfelachtige “bijdrage” leveren aan CO2 emissie.
Als we als uitgangspunt nemen dat een gebouw minimaal 60 jaar gebruikt blijft worden (na renovatie wellicht langer) dan wordt gemiddeld minimaal 4 x in de gebruiksduur van het gebouw de inrichting/afwerking vervangen.
De inrichting/afwerking omvat afhankelijke van de grootte van het gebouw tientallen tot duizenden kubieke meters materiaal.
De rekensom: aantal gebouwen x aantal kubieke meter inrichting/afwerking x 4 vervangingen = ??
zou gemaakt kunnen worden. Het precieze antwoord ken ik niet maar het gaat in ieder geval om miljoenen kubieke meters afval (en de bijbehorende uitstoot van CO2) dat rechtstreeks gerelateerd is aan de gebouwen in Nederland.
De bijdrage aan het milieu die geleverd kan worden door het verminderen van de hoeveelheid afval als gevolg van het inrichten/afwerken van gebouwen is substantieel.
Hoe kan inrichting/afwerking in BREEM worden meegenomen? 1. Door te definiëren wat inrichting/afwerking is. 2. Door te stellen dat alle inrichting/afwerking aan het einde van de gebruiks- of levensduur uiteengenomen moet kunnen worden in de oorspronkelijke materialen. 3. Door te eisen dat alle materialen die in inrichting/afwerking toegepast worden composteerbaar zijn of recyclebaar. Of minimaal downcyclebaar. 4. Door in de contractstukken tussen “koper” en “leverancier” vast te leggen dat leverancier moet voldoet aan bovenstaande punten en hoe de leverancier gaat voldoen aan bovenstaande punten. 5. Door vast te leggen wie de “plicht” van de leverancier overneemt bij verkoop/faillissement van leverancier. 6. Door vast te leggen dat indien er materialen toegepast “moeten” worden die nu nog niet recyclebaar zijn behalve door warmterecycling, deze aan het einde van de gebruiks- of levensduur zullen worden gerecycled met de dan beschikbare technologieën.
Praktisch. Een tool voor het recyclebaar maken van een inrichting/afwerking is "eco-engineering". Een ideale inkoopmethode voor de eindgebruiker zou zijn PRP. Maar ik denk dat dat nog iets te ver weg is nu, gezien de wat mij betreft wat “milde” toon van BREEAM.
Met vriendelijke groet,
René de Klerk,
Rendemint BV.