Overleg:Pol 2 Voorkomen van lekkages van koudemiddelen
Uit DGBC Wiki
4e klankbordgroepvergadering
Afgevraagd werd of er verschil is tussen de lekdichtheid van verschillende typen compressoren. Op grond hiervan zouden eventueel aanvullende eisen aan de typen compressoren gesteld kunnen worden. Dit zou nader uitgezocht moeten worden.
Indien Pol1 van toepassing is voor woningen moet, Pol 2 ook mogelijk van toepassing zijn (ligt aan hoeveelheid koudemiddel; onder 3 kg wordt credit niet beoordeeld maar automatisch toegekend)
2e klankbordgroepvergadering
Omdat huidige STEK wetgeving wordt overruled door mindere strenge europese eisen willen we eigenlijk een basiseis behouden door te verwijzen naar Nlvk richtlijnen. Via certificering binnen de branche (op vrijwillige basis) proberen zij de huidige strengere Nederlandse regels in stand te houden.
Credit door wijzigingen in regelgeving voorlopig handhaven (dus niet zwart).
Als suggestie is aangegeven om in overleg met branche over de eisen te gaan. Dit levert misschien te veel kosten op. Een en ander pas na overleg met Advisory groep.
Opmerkingen bij inhoud credit
Hennie Schaapveld:
De Europese regelgeving ten aanzien vandrukapparatuur,waaronder koelinstallaties vallen , is in 1997 geharmoniseerd door middel van de EU richtlijn drukapparatuur. Deze richtlijn is in Nederlandsrecht omgezet in het Warenwetbesluit drukapparatuur. In dit besluit is de technische regeling voor koelinstallaties vastgesteld. Het voordeel hiervan is dat er nu maar een besluit is waarin de technische eisen te stellen aan koelinstallaties geregeld is : het Warenwetbesluit drukapparatuur.
De europeese verordening inzake ozonafbrekende stoffen regelt voor alle EU-lidstaten het voorkomen van emissie van ozonafbrekende stoffen die ook voorkomen in bepaalde koelmiddelen (2037/2000) . Begin 2008 zijn op europees niveau de minimale eisen met betrekking tot de F-gassen Verordening vastgesteld. Hierin staat o.a beschreven welke minimale eisen gesteld worden aankoeltechnische monteurs en bedrijven. Elke lidstaat heeft de vrijheid om aanvullende eisen te stellen . Individuele lidstaten moeten elkaars certificaten accepteren.
In 2009 wordt de huidige STEK-wetgeving waarin installateurs in de sector moeten voldoen vervangen door een Europees certificatieschema alsgevolg van de europeese F-gassen verordening. Het europeese niveau ligt lager dan het niveau in Nederland. ( nu lekpercentages gesteld op < 3% in NL elders gesteld op 20% ) De verwachting is dat hierdoor het hoge kwaliteitsniveau zal dalen. Daarom heeft de NVKL besloten een eigen kwaliteitslabel in te voeren. Bedrijven in de Branche kunnen vanaf 01-01-2009 door het NVKL worden gecertificeerdL. Mogelijk kan het voldoen aan dit certificerings systeem of het voldoen aan onderdelen hiervan een credit opleveren in het kader van de DGBC.
Kortom de zwarte credits zijn mogelijk wel om te zetten naar groene credits, maar hiervoor is nader onderzoek en overleg noodzakelijk met bijvoorbeeld de genoemde instanties : met de NVKL- wat betreft de NVKL kwaliteitslabels voor de installatiebedrijven
Advisory group opmerkingen
Zwart Is geregeld in wetgeving. Hardmaken naar BRE"
Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006 (RLK 2006) Bron Infomil
Op 1 december 2006 is de Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006 gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 235). De nieuwe RLK 2006 is vanaf 3 december 2006 van kracht. De RLK 2006 hoort alleen nog maar bij het Besluit ozonlaagafbrekende stoffen milieubeheer. De regeling voorziet in regels voor het tegengaan van verlies van koudemiddelen (CFK’s en HCFK’s) gedurende het gebruik van een koelinstallatie. De belangrijke wijzigingen ten opzichte van de RLK 1997 zijn:
de RLK 2006 is alleen bebaseerd op het Besluit onzonlaagafbrekende stoffen milieubeheer (CFK's en HCFK's) en is alleen gericht op de gebruiksfase van de koelinstallaties; het ontwerp en het voor het eerst in gebruik stellen van koelinstallaties worden geregeld via het Warenwetbesluit drukapparatuur; de controlefrequentie van installaties met 30 tot 100 kg koudemiddel is gelijk gesteld aan die van installaties van 100 tot 300 kg (eens per 6 maanden); de controlefrequenties zijn hiermee geharmoniseerd met de F-gassenverordening; werkzaamheden aan koelinstallaties met 3 kg of meer aan koudemiddel moeten worden uitgevoerd door een gediplomeerd persoon (volgens STEK-opleidingseisen zie http://www.stek.nl/); de RLK 2006 is naast de stationaire (vaste) installaties met 3 kg of meer koudemiddel, ook van toepassing op mobiele koelinstallaties met meer dan 3 kg koudemiddel, met uitzondering van: koelinstallaties op schepen, hiervoor blijft de RLK 1997 van kracht; autoairco’s, hiervoor geldt de Richtlijn 2006/40/EG (van 17 mei 2006) betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen. Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 (Rlk 1997