KLI2 Windklimaat

Uit DGBC Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken


KLI2 Windklimaat

Categorie: Gebiedsklimaat Maximum aantal punten: 3 Verplicht? Nee

Doel van de credit

Het bevorderen van een goed lokaal windklimaat in het plangebied. Tevens wordt gestimuleerd dat de invloed van het windklimaat in het plangebied op de directe omgeving beperkt wordt.

Toepassing

Planfase Realisatiefase Beheerfase

Creditcriteria

Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:

Punten Criterium
Wanneer in de planfase volgens het Beslismodel NEN 8100 een windonderzoek noodzakelijk is en op basis van deze constatering een windhinderdeskundige wordt geraadpleegd.
Waar de geleverde bewijsvoering op basis van het windhinderonderzoek aantoont dat er in het plangebied en de directe omgeving een windklimaat met minimaal de classificatie ‘matig’ wordt gerealiseerd.

OF

Waar de geleverde bewijsvoering op basis van het windhinderonderzoek aantoont dat er in het plangebied en de directe omgeving sprake is van een windklimaat met classificatie ‘goed’ en het risico op windgevaar geminimaliseerd is.

Indien de plannen volgens het beslismodel NEN 8100 geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een windhinderonderzoek worden 3 punten toegekend.

Criteria-eisen

Het volgende toont aan dat wordt voldaan:

Eerste punt:
1. Het beslismodel in NEN 8100 is gevolgd en geeft aanleiding tot een windhinderonderzoek. Op basis hiervan is een windhinderdeskundige aangesteld.
De windhinderdeskundige dient te worden geraadpleegd en dient met voorstellen te komen die leiden tot verbetering van het windklimaat.

Tweede punt:
1. Het eerste punt moet behaald zijn.
2. Het windhinderonderzoek toont aan dat in het plangebied minimaal windklimaat wordt gerealiseerd met minimaal de classificatie ‘matig’ voor de in het gebied voorkomende activiteiten (zie aanvullende informatie).
3. De activiteiten I en II, Doorlopen en Slenteren zijn in ieder geval opgenomen in het onderzoek.
4. De invloed op het windklimaat in de directe omgeving van het plangebied is zovel mogelijk beperkt.

Derde punt:
1. Het eerste punt moet behaald zijn.
2. Het windhinderonderzoek toont aan dat in het plangebied een windklimaat wordt gerealiseerd met minimaal de classificatie ‘goed’ voor de in het gebied voorkomende activiteiten.
3. De activiteiten I en II, Doorlopen en Slenteren zijn in ieder geval opgenomen in het onderzoek.
4. Het risico op windgevaar is geminimaliseerd.
5. Er wordt aangetoond dat de invloed op het windklimaat in de directe omgeving van het plangebied zoveel mogelijk is beperkt.

Aanvullingen op de criteria-eisen

Benodigd Bewijsmateriaal

Planfase

Eerste punt:
Eis 1

  • Document waarmee wordt aangegeven dat er conform de NEN 8100 een windhinderonderzoek noodzakelijk is.
  • Het windhinderonderzoek of een verslag van de bespreking(en) met de windhinderdeskundige.
  • Document waarmee aangetoond wordt dat de windhinderdeskundige is geconsulteerd en een document waarin aannemelijk wordt gemaakt dat dat het advies van de windhinderdeskundige een verbetering van het windklimaat in het plangebied tot gevolg zal hebben.

Tweede punt:
Eis 1

  • Het eerste punt is behaald.

Eis 2

  • Rapportage van het windhinderonderzoek die aantoont dat er een windklimaat gerealiseerd wordt met minimaal de classificatie ‘matig’ voor de in het gebied voorkomende activiteiten of moet aangeven welke maatregelen genomen worden om het windklimaat te verbeteren tot een classificatie ‘matig’.

Derde punt:
Eis 1

  • Het eerste punt is behaald.

Eis 2

  • Rapportage van het windhinderonderzoek die aantoont dat er een windklimaat gerealiseerd wordt met minimaal de classificatie ‘goed’ voor de in het gebied voorkomende activiteiten of moet aangeven welke maatregelen genomen worden om het windklimaat te verbeteren tot een classificatie ‘goed’.

Eis 3

  • Documentatie die aannemelijk maakt dat er geen risico op windgevaar ontstaat.


Realisatiefase

Eerste punt:
Eis 1

  • Gelijk aan de planfase. Indien wijzigingen in het plan zijn opgetreden dient de windhinderdeskundige wederom te worden geraadpleegd.

Tweede punt:
Eis 1

  • Het eerste punt is behaald.

Eis 2

  • Document waarmee aangetoond wordt dat de aanbevelingen van de windhinderdeskundige zijn opgevolgd en dat het windklimaat de classificatie “matig” krijgt of deze zal worden gerealiseerd.

Derde punt:
Eis 1

  • Het eerste punt is behaald.

Eis 2

  • Document waarmee aangetoond wordt dat de aanbevelingen van de windhinderdeskundige zijn opgevolgd en dat het beoogde windklimaat de clasificatie “goed” krijgt of deze zal worden gerealiseerd.

Eis 3
Document waarmee wordt aangetoond dat er geen of een verwaarloosbaar klein risico op windhinder bestaat in het gebied.

Beheerfase

Alle punten:
Eis 1

  • Gelijk aan de realisatiefase, alsmede een rapportage waarin is aangetoond dat de voorgestelde maatregelen zijn uitgevoerd.

Definities

Beslismodel NEN 8100:

De NEN 8100 is een Nederlandse norm voor Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Deze norm is tot stand gekomen doordat diverse partijen overeenstemming hebben bereikt over
het uitvoeren van windhinderonderzoeken. In de norm wordt vooral de toepassingscriteria beschreven. Zo is in de norm beschreven: wanneer onderzoek naar wind bij bouwwerken nodig is, hoe het onderzoek moet worden uitgevoerd, aan welke eisen moet worden getoetst en hoe rapportage moet plaatsvinden.

Aanvullende informatie

Activiteiten
In de NEN 8100 wordt een nadere definitie van kwaliteitsklassen en Activiteiten gegeven. De nadruk in deze credit ligt op de Activiteiten Doorlopen en Slenteren. Deze activiteiten zullen algemeen binnen het plangebied beoordeeld dienen te worden. De activiteit Langdurig zitten is buiten beschouwing gelaten, omdat bij deze activiteit op vaak redelijk eenvoudige wijze het plaatselijk windklimaat kan worden verbeterd.

Hogere gebouwen zullen in het algemeen meer verstoring van het lokale windklimaat geven dan lage gebouwen. De windsnelheden op verblijfsniveau rond hoge gebouwen kan zodanig oplopen dat gevaarlijke situaties voor voetgangers ontstaan. Daar waar de positionering van gebouwmassa’s voldoende bescherming biedt voor een aangenaam windklimaat kunnen windschermen en beplanting ingezet worden om lokaal het windklimaat te verbeteren. Door in de planontwikkelingsfase rekening te houden met deze parameters kan windhinder voorkomen worden of tot een minimum beperkt blijven.

Een windhinderdeskundige kan in de planfase sturing geven aan de stedenbouwkundige ontwikkeling om een gunstig windklimaat mogelijk te maken. De inzet van een windhinderdeskundige wordt in deze fase gehonoreerd. In de realisatiefase en gebruiksfase is de inzet van een windhinderonderzoek en de inzet van een windhinderdeskundige minder relevant.

Referenties

Koppeling met andere credits in dit Keurmerk

Koppeling met andere keurmerken

Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:
Koppeling met BREEAM-NL Bestaande bouw:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Direct naar
Creditsjablonen
Hulpmiddelen
Overig
Boek maken