Inleiding
Uit DGBC Wiki
Uitgave: Dutch Green Building Council Postbus 1819 3000 BV Rotterdam www.dgbc.nl Nadruk verboden
ALGEMENE INFORMATIE Er worden steeds hogere eisen gesteld aan duurzaamheid van gebouwen. In Nederland waren de eisen voor duurzame gebouwen tot voor kort niet geharmoniseerd. Door implementatie van de BREEAM-systematiek is een goed beoordelingskader beschikbaar. BREEAM-NL is zoveel mogelijk afgestemd op de BREEAM-International systematiek.
De volgende afwijkingen zijn gemaakt ten opzichte van het BREEAM International: 1. Waar BREEAM International alleen assessoren kent wordt in Nederland onderscheid gemaakt in experts en assessors. 2. De expert is een gekwalificeerde procesmanager en inhoudsdeskundige met betrekking tot BREEAM-NL die de ontwikkelaar/opdrachtgever ondersteunt tijdens het ontwerp en bouwproces. De expert kent alle BREEAM-NL vereisten en is verantwoordelijk voor de opbouw van het dossier met bewijsmateriaal op basis waarvan een onafhankelijke assessor de definitieve BREEAM-NL beoordeling kan doen. De expert levert aan de assessor dit dossier met bewijsmateriaal aangevuld met een rapportage (volgens standaard template) waarin per credit dit dossier door middel van referenties ontsloten wordt en waarin aangegeven wordt of op basis van dit dossier de credit behaald zou kunnen worden. 3. De assessor is een onafhankelijke gekwalificeerde beoordelaar met betrekking tot BREEAM-NL, werkzaam voor een toegelaten (gecertificeerde/geaccrediteerde) instelling. De Assessor is uiteindelijk verantwoordelijk voor het certificeringsrapport waarin per credit in 1 alinea onderbouwd toelicht wordt of een credit al dan niet toegekend wordt.
Deze BREEAM-NL versie is in overleg met belanghebbende groeperingen opgesteld en als beta-versie vrijgegeven voor toetsing in pilot projecten op 27-02-2009 door de Advisory Board van de Dutch Green Building Council (DGBC), die als schemabeheerder optreedt.
Niets uit deze uitgave mag verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Het
gebruik van deze beoordelingsrichtlijn door derden voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een
schriftelijke overeenkomst met DGBC is gesloten waarin het gebruiksrecht is geregeld.
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING 4
1.1. Onderwerp van beoordeling 4
1.1.5. Gebouwfuncties 4
1.1.1. Projectfasen 4
1.1.2. Gebouwdefinitie 5
1.1.3. Beoordelingscriteria 5
1.1.4. Type bouwprojecten 5
1.2. Begrippenlijst 6
2. DE EISEN 7 2.1. Creditlist BREEAM-NL 7 2.2. Eisen m.b.t. fasen in het bouwproces 7 2.3. Eisen voor certificatie en kwalificatie van een object 8 2.4 Credit filtering 8
3. DE WIJZE VAN BEOORDELEN 9 3.1. Bepaling van de score 9 3.1.1. Algemeen 9 3.1.2. Toekenning score voor casco/afwerking 9
1. INLEIDING
1.1. Onderwerp van beoordeling
Dit handboek is bedoeld voor de beoordeling van vastgoedobjecten in het kader van BREEAM-NL. Bij positief resultaat van de beoordeling wordt een certificaat BREEAM-NL afgegeven met daarop de op het object van toepassing zijnde kwalificatie. Bij registratie van het object ter beoordeling wordt vastgesteld volgens welke versie het object beoordeeld dient te worden. De vigerende versie op basis waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden is weergeven op het BREEAM-NL certificaat. Af te geven BREEAM-NL certificaten vormen een momentopname en hebben in principe een onbeperkte geldigheid. Dit geldt echter niet voor de tijdelijke BREEAM-NL ontwerpverklaringen die een beperkte geldigheid kennen.
1.1.5. Gebouwfuncties
Dit handboek bevat een mastercredit lijst, die momenteel bruikbaar is voor beoordeling van gebouwen met de onderstaande gebruiksfuncties beoordeeld worden:
1. Kantoren
2. Retail
3. Scholen
4. Bedrijfsgebouwen (industrie), waarbij het de beoordeling betrekking heeft op de gebouwgebonden milieuprestatie (niet op de industriële processen die plaatsvinden).
5. Appartementen
6. Woningen (grondgebonden)
Overige gebouwen Op basis van de huidige bétaversie kunnen geen andere gebouwtypen beoordeeld worden. In de toekomst is het mogelijk ook voor andere gebouwtypen een aanvraag in te dienen.
Mixed-use Gebouwen waarin de specifieke gebruiksfunctie retail, scholen of bedrijfsgebouw (industrie) gecombineerd is met een beperkte kantoorfunctie (minder dan 500 m2 gebruiksoppervlak) kunnen met de huidige versie van de credit-lijst beoordeeld worden. Indien de kantoorfunctie een gebruiksoppervlak omvat van meer dan 500 m2 dient een aparte BREEAM beoordeling voor de kantoorruimte plaats te vinden.
In onderzoek is de mogelijkheid om de weging van scores voor verschillende gebouwfuncties naar rato van het gebruiksoppervlak van elke functie in de methodiek op te nemen. 1.1.1. Projectfasen Voor de volgende fasen in het ontwikkel- en bouwproces van vastgoed kan een BREEAM-NL beoordeling gedaan worden: • Ontwerpfase: waarin een voorlopige BREEAM-NL verklaring afgegeven kan worden. Doel van de tijdelijke BREEAM-NL verklaring is bijvoorbeeld het verkrijgen van groene financiering of een wettelijke vergunning. • Na oplevering: kan het definitieve BREEAM-NL certificaat van het object worden afgegeven.
1.1.2. Gebouwdefinitie Een gebouw wordt integraal beoordeeld op de volgende elementen: 1. Bouwkundige elementen (tussenvloeren, gevels, dak, ramen); 2. Installaties (verlichting, verwarming, koeling, ventilatie); 3. Afwerking (binnenwanden, vloerafwerking, etc.); 4. Het bij het gebouw horende terrein (bouwkavel).
1.1.3. Beoordelingscriteria Beoordeling vindt plaats op de volgende categorieën, die zijn opgenomen in de BREEAM-NL Creditlist: 1. Management 2. Gezondheid 3. Energie 4. Transport 5. Water 6. Materialen 7. Afval 8. Landgebruik & Ecologie 9. Vervuiling
Per issue worden punten toegekend aan een vastgoedobject. Deze punten worden na weging doorgerekend tot 1 gebouwscore.
1.1.4. Type bouwprojecten Gebouw beoordelingen kunnen met BREEAM NL alleen voor de volgende typen bouwprojecten uitgevoerd worden: • Nieuwbouw • Grootschalige renovatie van bestaande gebouwen • Nieuwbouw uitbreiding aan een bestaand gebouw
Bestaande gebouwen vallen hier dus buiten. Hiervoor is/wordt een aparte methodiek ontwikkeld: BREEAM In-Use.
Grootschalige renovatie van bestaande gebouwen Grootschalige renovatie met wijziging van de gebouwschil (gevels, vloer, dak, ramen, deuren) en de installaties (verlichting, verwarming, koeling, ventilatie) met als doel levensduurverlenging van het gebouw.
Kleinschalige renovatie BREEAM NL is niet ontworpen om kleinschalige renovaties van bestaande gebouwen te beoordelen, dat wil zeggen renovaties die niet leiden tot een wijziging van de thermische schil en installaties of een verandering van de gebruiksfunctie van het gebouw.
Nieuwbouw uitbreiding aan een bestaand gebouw Beoordeling van een nieuwbouw uitbreiding aan een bestaand gebouw eventueel in combinatie met renovatie van het bestaande gebouw. Indien de nieuwbouw uitbreiding afzonderlijk beoordeeld wordt is het, in die gevallen waarin de nieuwbouw gebruikt maakt van installaties en/of faciliteiten in het bestaande gebouw, noodzakelijk deze in de beoordeling mee te nemen. In aanvullingen op de criteria eisen worden hiervoor richtlijnen gegeven.
1.2. Begrippenlijst
DGBC De Stichting Dutch Green Building Council
Advisory Board Een orgaan van de DGBC dat optreedt als schemabeheerder
Assessor Gekwalificeerde beoordelaar met betrekking tot BREEAM-NL, werkzaam voor een daartoe gekwalificeerde instelling
Expert Gekwalificeerde procesmanager en inhoudsdeskundige met betrekking tot BREEAM-NL
Aanvrager Degene die een object wil laten beoordelen op basis van BREEAM-NL
Vastgoed-object Een gebouw met het daarbij horende terrein dat voor beoordeling in aanmerking komt
Casco Een gebouw waarin geen of in beperkte mate gebouwinstallaties en/of andere afwerking zijn aangebracht.
Afwerking De door ontwikkelaar/opdrachtgever maar mogelijk ook door huurder/gebruiker aan te brengen voorzieningen zoals installaties voor verwarming, koeling en ventilatie, verlichting (binnen- en terreinverlichting), gebouw regelsystemen, sanitaire voorzieningen, tussenwanden, vloerafwerking, zonwering, geluidswerende voorzieningen, OV-reisinformatievoorzieningen, terreinirrigatiesystemen en regenwaterhergebruiksystemen
Renovatie Grootschalige renovatie met wijziging van gebouwschil (gevels, vloer, dak, ramen, deuren) en de installaties (verlichting, verwarming, koeling, ventilatie) met als doel levensduurverlenging van het gebouw
Kleinschalige renovatie Renovaties die niet leiden tot een wijziging van de thermische schil en installaties of een verandering van de gebruiksfunctie van het gebouw.
Gebouwoppervlaktes Waar in BREEAM NL gesproken wordt over gebouwoppervlaktes wordt uitgegaan van de definities volgens NEN2580
2. DE EISEN
2.1. Creditlist BREEAM-NL De beoordeling vindt plaats op basis van een zogenaamde creditlist. Door DGBC is een vertaling gemaakt op basis van de BREEAM Europe 2008 Credit list. De Nederlandse Creditlist is toegespitst op Nederlandse wet- en regelgeving, praktijkrichtlijnen en bouwpraktijk. De creditlist bestaat uit de volgende categorieën: 1. Management 2. Gezondheid 3. Energie 4. Transport 5. Water 6. Materialen 7. Afval 8. Landgebruik & Ecologie 9. Vervuiling
De toe te kennen punten kunnen verschillen per type gebouw (retail, school, kantoor, bedrijfsgebouw, woongebouw etc.). De aanvrager geeft in zijn dossier per onderdeel van het gebouw aan welk gebouwtype van toepassing is.
De actuele beta-versie van de creditlist is vastgesteld door de Advisory Board van DGBC en te raadplegen op www.DGBC.nl.
2.2. Eisen m.b.t. fasen in het bouwproces
BREEAM-NL wordt gebruikt om de duurzaamheid van een gebouw (en het terrein) te beoordelen in de volgende fasen:
1. Ontwerpfase
2. Opleveringsfase
Ontwerpfase: tijdelijke verklaring De eisen in de ontwerpfase vertegenwoordigen de milieuprestatie van het gebouw vóór de bouwstart. De beoordeling in deze fase vertegenwoordigt niet de definitieve BREEAM beoordeling van het gebouw zoals dat opgeleverd dan wel in gebruik genomen wordt.
Om een formele BREEAM beoordeling in de ontwerpfase te kunnen doen, moet het ontwerpproces zo ver gevorderd zijn dat voor een goede beoordeling voldoende onderbouwend bewijsmateriaal aanwezig is. De ontwerpbeoordeling dient daarom uitgevoerd te worden in de DO-fase (definitief ontwerp) en kan zodoende gelijktijdig met de bouwvergunning aangevraagd worden.
De BREEAM beoordeling in de ontwerpfase kan alleen leiden tot een ‘voorlopige BREEAM-NL verklaring’ met een geldigheidsduur van xx maanden die de eigenaar/ontwikkelaar kan gebruiken voor de communicatie naar beleggers, huurders, vergunningverleners, gebruikers en financiële instellingen.
Opleveringsfase: definitief certificaat De eisen na oplevering vertegenwoordigen de milieuprestatie van het gebouw zoals dat in gebruik genomen wordt. Een beoordeling van aspecten die alleen tijdens de bouw kunnen plaatsvinden,worden gedurende het proces gedocumenteerd door de expert en een eindcontrole hierop wordt uitgevoerd door de assessor. Dit betreft voornamelijk credits binnen de Issue “Management”. De beoordeling van de overige credits wordt uitgevoerd na afronding van de bouwwerkzaamheden en vóór ingebruikname van het gebouw. De assessor kan tijdens de bouwfase deze credits steekproefsgewijs op de bouwplaats controleren.
De beoordeling in de opleveringsfase kan op 2 manieren uitgevoerd worden: 1. Een opleveringsbeoordeling op basis van een ontwerpbeoordeling 2. Een zelfstandige opleveringsbeoordeling
Ad. 1. In een opleveringsbeoordeling van een gebouw, waarvoor in de ontwerpfase een voorlopige BREEAM-NL verklaring afgegeven is, wordt beoordeeld of het gebouw ook daadwerkelijk conform ontwerp gerealiseerd is. Ad.2 . Als geen eerdere ontwerpbeoordeling is uitgevoerd, dient een volledige opleveringsbeoordeling uitgevoerd te worden. In beide gevallen dient zowel het bewijsmateriaal dat noodzakelijk is voor een ontwerpbeoordeling als voor een opleveringsbeoordeling getoetst te worden.
Een opleveringsbeoordeling vindt plaats op de vigerende BREEAM-NL creditlist op het moment van projectregistratie. De opleveringsbeoordeling levert het definitieve BREEAM NL certificaat en label op.
2.3. Eisen voor certificatie en kwalificatie van een object
De toekenning van punten voor de credits in een categorie levert een categoriescore op, uitgedrukt als het percentage behaalde punten per categorie. Door weging van de categoriescores wordt een gewogen eindscore bepaald die wordt uitgedruk als percentage van de maximaal haalbare score. Deze eindscore wordt volgens de onderstaande tabel omgezet in het BREEAM-NL label.
BREEAM-NL label: minimaal benodigde score • Pass 30%, tevens minimum eis voor het verlenen van een certificaat • Good 45% • Very Good 55% • Excellent 70% • Outstanding 85%
2.4 Credit filtering
De lijst met credits waarop een gebouw beoordeeld wordt is afhankelijk van het gebouwtype. Voor retail en industrie kunnen bijvoorbeeld credits voor warenkoeling opgenomen worden. Specifieke gezondheid- en comfortcredits zijn alleen van toepassing voor kantoren of kantoorfuncties die voorkomen in andere gebouwtypen. Andere credits worden alleen in de creditlijst opgenomen als de toepassing relevant is voor de specifieke gebouwontwikkeling, zoals bijvoorbeeld liften, roltrappen en terreinirrigatiesystemen. Bij het invoeren van de gebouwgegevens in de software tool, wordt automatische de benodigde creditlijst gegenereerd.
3. DE WIJZE VAN BEOORDELEN
3.1. Bepaling van de score
3.1.1. Algemeen De score wordt bepaald door optelling van de behaalde scores per categorie. Deze scores worden vermenigvuldigd met een wegingspercentage dat geldt per categorie volgens het document weging, dat wordt vastgesteld door de Advisory Board van DGBC.
3.1.2. Toekenning score voor casco/afwerking Een bijzondere situatie ontstaan in de praktijk, waarbij door ontwikkelaars/bouwers casco gebouwen worden gerealiseerd waarin door huurders/gebruikers de afwerking/inrichting aangebracht wordt. De ontwikkelaar/bouwer heeft daardoor geen invloed op de inrichting/afwerking. Een BREEAM beoordeling omvat integraal zowel het casco als de afwerking. Bij de beoordeling van een gebouw kunnen de afwerkingelementen daarom niet weggelaten worden. Bij casco gebouwen is het in de ontwerpfase niet mogelijk afwerkingelementen te beoordelen waarvoor de keuzes nog gemaakt worden door toekomstige huurders/gebruikers, die op het moment van de beoordeling nog niet bekend zijn. Op de beoordeling van casco gebouwen gelden de volgende werkwijzen:
Maximale potentiële afwerkingscore van casco gebouwen in ontwerpfase Als een BREEAM onderdeel niet beoordeeld kan worden vanwege het casco karakter van het gebouw kan voor dit onderdeel de maximale potentiële afwerkingscore toegepast worden. Het voorlopige certificaat voor de ontwerpfase geeft dan de ‘maximaal potentiële’ BREEAM score en label weer. Deze maximaal potentiële score omvat de score van het actuele casco ontwerp plus de maximale mogelijke score voor de afwerkingelementen die nog niet beoordeeld kunnen worden. De definitieve score voor deze afwerkingelementen kan bij ingebruikname definitief vastgesteld worden. Het doel van deze aanpak is om de ontwikkelaar/bouwer in staat te stellen aan belanghebbenden (huurders, beleggers, overheden) de maximaal haalbare BREEAM score te kunnen communiceren na afwerking van het casco. De maximale potentiële afwerkingscore geeft geen garantie dat deze score daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Indien de assessor voor het specifieke gebouwontwerp de toekenning van een afwerkingselement na oplevering onhaalbaar acht dan dient de gerelateerde credit niet meegnomen te worden in de maximale potentiële afwerkingscore. Bij aanmelding/registratie dient de assessor aan te geven dat de maximum potentiële BREEAM score en label op de voorlopig BREEAM-NL verklaring opgenomen dient te worden.
Casco score in ontwerpfase
Het is ook mogelijk casco gebouwen te beoordelen in de ontwerpfase zonder dat de afwerkingelementen meegenomen worden. Het voorlopige certificaat voor de ontwerpfase vermeldt dan alleen de score voor de casco-elementen. De definitieve opleveringsbeoordeling wordt uitgevoerd als de afwerkingelementen door de huurder/gebruiker zijn aangebracht.
Toekomstige huurder bekend in ontwerpfase Als de toekomstige huurder/gebruiker bekend is tijdens de ontwerpfase is het toegestaan samen te werken bij de ontwerpbeoordeling en de afwerkingselementen mee te nemen die door huurder/gebruiker gespecificeerd zijn. De definitieve opleveringsbeoordeling wordt uitgevoerd als de afwerkingelementen door de huurder/gebruiker zijn aangebracht.
Uitbreiding aan een bestaand gebouw Beoordeling van een nieuwbouw uitbreiding aan een bestaand gebouw eventueel in combinatie met renovatie van het bestaande gebouw. Indien de nieuwbouw uitbreiding afzonderlijk beoordeeld wordt is het, in die gevallen waarin de nieuwbouw gebruikt maakt van installaties en/of faciliteiten in het bestaande gebouw, noodzakelijk deze in de beoordeling mee te nemen. In aanvullingen op de criteria eisen worden hiervoor richtlijnen gegeven.
Definitieve beoordeling van casco gebouwen na afwerking De definitieve opleveringsbeoordeling van casco en afwerking wordt uitgevoerd als de afwerkingelementen door de huurder zijn aangebracht. Pas dan kunnen de afwerkingelementen die in de ontwerpfase nog niet bekend waren beoordeeld worden. De beoordeling vindt dan niet plaats bij oplevering van het casco maar voor ingebruikname van het gebouw.
Bij aanmelding/registratie kan de assessor verzoeken dat op het certificaat afzonderlijk de scores (% van maximaal te behalen punten) vermeld dienen te worden van het casco en van de afwerking. Het certificaat heeft echter altijd betrekking op de totale score voor casco èn afwerking. Indien voor het de voorlopige BREEAM-NL verklaring voor de ontwerpfase de maximum potentiële BREEAM score voor afwerking meegenomen wordt, dan wordt dit op de verklaring vermeld.