BRO3 Watergebruik
Uit DGBC Wiki
BRO3 Watergebruik | ||
|---|---|---|
| Categorie: Bronnen | Maximum aantal punten: 3 | Verplicht? Nee |
Doel van de credit
Het optimaliseren van de benutting van het gebiedseigen water en het geschikt houden voor teruggave aan het watersysteem.
Toepassing
| Planfase | Realisatiefase | Gebruiksfase |
|---|---|---|
| √ | √ | √ |
Creditcriteria
Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:
| Punten | Criterium |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat het gebied voor minimaal 15 % gebruikmaakt van de toepassing van gebiedseigen water, zodat dit leidt tot een wezenlijke vermindering van de vraag van water van buiten het systeem. |
| 2 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat het gebied voor minimaal 30% gebruikmaakt van de toepassing van gebiedseigen water, zodat dit leidt tot een wezenlijke vermindering van de vraag van water van buiten het systeem. |
| 1 | Waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat instandhouding van de natuurlijke waterbalans plaatsvindt zonder verslechtering van de waterkwaliteit. |
Criteria-eisen
Punten 1 tot en met 3
- Bereken de totale waterbehoefte van het gebied in de gebruiksfase voor kritische perioden, gespecificeerd naar kwaliteitsniveau volgens de vraag-tabel onder 5. Aanvullingen op de criteria eisen.
- Bereken het totale aanbod (beschikbaarheid) van water in het gebied voor een kritische periode uit alle lokale bronnen, behalve van elders ingevoerd drinkwater. De referentiesituatie is de situatie volgens de kentallen in het rekenhulpmiddel (Excelbestand) dat bij deze credit hoort.
- Bepaal het aandeel gebruik van gebiedseigen water op de totale waterbehoefte.
Vierde punt
- Stel de natuurlijke waterbalans van het gebied vast voor een gemiddelde zomer
- Stel de waterbalans vast voor de referentiesituatie
- Toon aan dat hooguit 20% van het afvalwater dat in de referentiesituatie geproduceerd wordt het plangebied verlaat. Opmerking over een mogelijkheid om dit vast te stellen: de hoeveelheden die niet naar open water afstromen worden als afvalwater via de riolering naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie getransporteerd buiten het gebied, en dit is te meten.
- Toon dat de waterkwaliteit niet verslechtert. Daarbij geldt dat de verwerking van watergebonden afvalstromen die binnen het gebied behandeld worden niet mogen leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit.
Aanvullingen op de criteria-eisen
- Punten 1 tot en met 3
- Vaststellen waterbehoefte
- Bepaal de kritische periode voor het watergebruik in het gebied. Een kritische periode is een periode waarin het aanbod geringer is dan de vraag, en waarbij dus de voorraad in het gebied aangesproken moet worden, of externe aanvoer nodig is. Default wordt uitgegaan van een gemiddelde meteo¬rologisch zomer (de maanden maart tot en met augustus). Voor specifieke functies gelden mogelijk andere kritische perioden. Drinkwatergebruik op een gebied waar evenementen gehouden worden zal gedurende enkele dagen een piek vertonen in de periode van het evenement met de grootste bezoekersaantallen. Voor specifieke teelten of voor bijvoorbeeld vorstbestrijding bij fruitbomen in het voorjaar is de piek in het watergebruik korter.
- Maak onderscheid tussen drie typen waterkwaliteit met de bijbehorende waterbehoefte en kritische perioden.
- Bepaal voor elk type waterkwaliteit wat de waterbehoefte is. Vertaal de waterbehoefte in onderling vergelijkbare eenheden: bij voorkeur in m3/dag, en geef de kritische periode weer (aantal dagen / aantal maanden). Gebruik voor het vaststellen van de waterbehoefte de kentallen uit 8 Aanvullende informatie of bronnen die meer representatief zijn. Maak daarbij gebruik van gegevens die zo goed mogelijk overeen komen met de geografische locatie en de geplande functies in het plangebied. Indien gegevens niet eenvoudig beschikbaar zijn kan gebruik gemaakt worden van (landelijk) afgeleide kentallen voor water aan- en afvoer en voor het gemiddelde gebruik van water voor de geplande functies.
- De beschikbaarheid van gebiedseigen water wordt vastgesteld binnen de grenzen van het plangebied, tenzij een waterstructuur plangrensoverschrijdend is en het belang van het toerekenen van de waterstructuur aan het plangebied is onderbouwd. De grens van het watersysteem sluit bij voorkeur zo nauw mogelijk aan op het plangebied. Uiteraard moet de begrenzing redelijk zijn; waar nodig kan deze de project- of gebiedsgrenzen overschrijden. De waterhoeveelheden die toegedeeld worden voor benutting binnen de gebiedsgrenzen moeten redelijkerwijs beschikbaar zijn voor dit doel. Dit houdt in dat benutting binnen de gebiedsgrenzen niet tot nadeel van gebruikers of functies buiten het gebied mag zijn.
- Waterbehoefte
Een indeling naar de gewenste kwaliteit van het water is nodig om de lokale waterbehoefte vast te stellen. Er worden drie kwaliteitstypen voor waterbehoefte onderscheiden:
Tabel 1. Kwaliteitstypen voor het bepalen van de waterbehoefte.
| Kwaliteit | Vraag | Indicatieve kritische periode |
|---|---|---|
| 1 | Water van drinkwaterkwaliteit voor huishoudelijke, bedrijfs- en openbare processen en toepassingen | 1 tot 4 dagen |
| 2 | Water van een kwaliteitsniveau lager dan drinkwaterkwaliteit, ook voor huishoudelijke, bedrijfs- en openbare processen en toepassingen | 1 tot 4 weken |
| 2 | Gietwater en gewasverdamping (openbaar, particulier, landbouwkundig en bedrijfsmatig) | 1 tot 4 maanden |
| 2 | Op peil houden van oppervlaktewater | 1 tot 4 maanden |
| 2 | Aanvulling grondwaterpeil, infiltratieverliezen | 1 tot 4 maanden |
| 2 | Aanvulling waterreservoirs | 1 tot 4 weken |
| ≥ 2 | Overige watertoepassingen (blussen, spoelen, wassen, koelen, verwarmen, enz.) | 1 tot 4 dagen |
Ga in de referentie-berekening uit van een berekening van een kritische periode van een gemiddelde zomer (4 tot 6 maanden). Toelichting: in veel gebieden is in kritische perioden de watervraag naar drinkwater, water voor bedrijfsprocessen en voor overige toepassingen veel kleiner dan de vraag ten behoeve van het op peil houden van het water in waterlopen, de grondwateraanvulling en de aanvulling van waterreservoirs.
- Beschikbaarheid
Voor de beschikbaarheid van gebiedseigen water wordt ook onderscheid gemaakt naar kwaliteit van het type water:
Tabel 2. Kwaliteitstypen voor de bronnen van wateraanvoer
| Kwaliteit | Bron |
|---|---|
| 1 | Drinkwater (lokaal geproduceerd of extern aangevoerd) |
| 2 | Regenwater, afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater |
| 3 | Afvalwater, (Grijs, zwart, geel, vervuild) |
5. Onderbouw in het plan welke kwaliteit van het water benut wordt voor welke functie. Opmerking: zuiveringsprocessen kunnen bijdragen aan het in stand houden of verbeteren van de waterkwaliteit. Neem, indien van toepassing, in de omschrijving van het projectgebied op wat het ruimtegebruik van zuiveringsvoorzieningen is.
- Voorraadbeheer
6. Laat in de berekeningen zien welke voorraden in de kritieke perioden benut worden om te voldoen aan de watervraag. In watersystemen met een ‘vast’ peil zakt het water in een zomerperiode hooguit 0,15 m uit, in systemen met een flexibel peil kan het waterpeil tussen de 0,30 m en de 0,5 m uitzakken.
- Afvoer en watervraag
7. Stel de watervraag in het gebied als volgt vast:
- a. Drinkwater wordt bepaald ten opzichte van referentie-gebruik van huishoudens (120 l/pp/d) en werknemers en sectorspecifiek gebruik, indien van toepassing. Doorgaans is de afvalwaterproductie gelijk aan de drinkwater-inname, tenzij gebruik gemaakt wordt van een tweede leidingsysteem en zuivering en recycling van afvalwater. Bij benutting van alternatieve bronnen voor huishoudelijk watergebruik moet in de berekeningen duidelijk zijn welke bronnen hiervoor benut worden.
- b. Indien van toepassing wordt de watervraag vanuit onverhard (landbouw, recreatie, sport, groenvoorziening), vanuit bedrijventerreinen en industrie en vanuit het waterbeheer inzichtelijk gemaakt. De kentallen uit (8) kunnen hierbij als richtlijn gebruikt worden.
- c. Recycling wordt inzichtelijk gemaakt door de interne benutting van de stromen te kwantificeren. Recycling leidt tot een afname van de afvalwaterstroom naar buiten het gebied. Aangetoond wordt in welke mate het afvalwater afneemt. In de toelichting wordt aangegeven welke voorzieningen nodig zijn om hergebruik van afvalwater mogelijk te maken.
- d. De watervraag vanuit het watersysteem wordt geschat door de open waterverdamping te berekenen (opgave KNMI, verdamping volgens Makking. In de Bilt is de gemiddelde verdamping in het zomer halfjaar 427 mm (dus 2,4 mm/dag), vermindert met de neerslag op open water.
- e. Voor waterkwaliteitsbeheer worden veel watersystemen aangevuld met wateraanvoer van buiten. De watervraag van een watersysteem kan geschat worden op basis van de verblijfstijd van het watervolume (tussen de 15 en de 45 dagen). Het volume van watersystemen kan geschat worden op basis van oppervlak (5% tot 15% van bruto gebied) x gemiddelde diepte (ca. 0,75 m).
- f. Afhankelijk van het type rioolstelsel wordt neerslag op verharding afgevoerd naar buiten het gebied of is het beschikbaar voor aanvulling van watervoorraden. In een gemengde riolering komt ca. 2% van het jaarvolume van de rioolinloop tot overstorten. Bij een verbeterd gescheiden riolering komt ca. 25% van de rioolinloop tot uitstroming naar open water en bij een gescheiden rioolstelsel ca. 100% van de rioolinloop. Door verdamping en infiltratie op oppervlakken is de rioolinloop ca. 75% van de totale neerslag. In een zomerhalfjaar is de rioolinloop ca. 1,6 mm/dag.
Benodigd Bewijsmateriaal
Planfase
Punten 1 tot en met 3
Eisen 1 tot en met 3
- De berekeningen van de totale veronderstelde behoefte, het totale veronderstelde aanbod en de verhouding extern aangevoerd water ten opzichte van de gebiedseigen aanbod-componenten.
- Onderbouwing van de bronnen die in de berekening als ‘lokaal’ zijn bestempeld: doorgaans neerslag, en kwel/ aanvoer vanuit grondwater, soms ook: recycling afvalwater.
- Onderbouwing van de te verwachten kritische perioden, indien niet gekozen wordt voor een gemiddelde zomer
- Onderbouwing van de te verwachten kwaliteitsniveaus: default type 2, alleen 1 voor onderdelen als er een specifieke zuivering hiervoor aanwezig is.
- Een verklaring dat het betrokken Waterschap de aannames en berekeningen als realistisch bestempeld, ondertekend door het Waterschap
Vierde punt
Eisen 1 en 2
- De berekeningen van de veronderstelde hoeveelheden gezuiverde en teruggegeven waterstromen
- Berekening van de hoeveelheid afvalwater in de referentie-situatie (95% van het drinkwatergebruik + de afvoer van gemengde rioolstelsels), en in de plansituatie. Afvalwater neemt af indien zuivering van een fractie van het afvalwater plaatsvindt. Bij decentrale zuivering kan tot 100% van het afvalwater lokaal verwerkt worden. Bepaling van de reductie van afvalwater ten opzichte van de referentie.
- Een verklaring dat het betrokken waterschap de aannames en berekeningen als realistisch bestempeld, ondertekend door het waterschap
Eis 3
- In de inrichting van het gebied zijn voldoende maatregelen opgenomen om de waterkwaliteit te kunnen verbeteren (helofytenfilters, decentrale zuivering, scheiding van schoon hemelwater en verontreinigd afvalwater).
Realisatiefase
Punten 1 tot en met 3
Eisen 1 tot en met 3
- De berekeningen van de totale behoefte, het totale aanbod en de verhouding extern aangevoerd water ten opzichte van de gebiedseigen aanbod-componenten.
- Onderbouwing van de bronnen die in de berekening als ‘lokaal’ zijn bestempeld
- Onderbouwing van de kritische perioden indien niet gekozen wordt voor een gemiddelde zomer
- Onderbouwing van de kwaliteitsniveaus door middel van metingen of modelberekeningen
- Een verklaring dat het betrokken Waterschap de aannames en berekeningen als realistisch bestempeld, ondertekend door het Waterschap
Vierde punt
Eisen 1 en 2
- De berekeningen van de hoeveelheden gezuiverde en teruggegeven waterstromen
- Onderbouwing van de berekeningen
- Een verklaring dat het betrokken Waterschap de aannames en berekeningen als realistisch bestempeld, ondertekend door het Waterschap
Eis 3
- In de inrichting van het gebied zijn voldoende maatregelen opgenomen om de waterkwaliteit te kunnen verbeteren (helofytenfilters, decentrale zuivering, scheiding van schoon hemelwater en verontreinigd afvalwater).
Gebruiksfase
- Alle punten
Idem aan Realisatiefase, inclusief een actualisatie van de feitelijke hoeveelheden en de feitelijke verhoudingen.
Definities
- Watersysteem
- Het watersysteem bestaat uit het oppervlaktewater, het grondwater en de daarmee samenhangende waterbodems, oevers en kunstwerken alsmede de daarin levende organismen.
- Waterketen
- De keten van waterproductie, waterverbruik, inzameling en transport van afvalwater en rioolwaterzuivering.
- Kritische periode
- Periode met een nader te bepalen (extreme) herhalingstijd in het consumptieproces waarin de vraag naar water groter is dan het aanbod, en waarvoor voorzieningen getroffen moeten worden om deze periode zonder beperking van de vraag te kunnen overbruggen. Voor grote gebieden geldt dat de droge zomerperiode (4 tot 6 maanden) kritisch is.
- Lokale waterbehoefte
- Het totaal aan water, van alle kwaliteiten, nodig voor alle toepassingen binnen het plangebied.
- Lokale waterbronnen
- Alle bronnen volgens de bron-tabel onder ‘Aanvullingen op de criteria-eisen’ die binnen het plangebied vallen.
- Externe drinkwaterbehoefte
- De hoeveelheid drinkwater die van buiten het gebied naar het gebied getransporteerd moet worden om aan de lokale vraag te kunnen voldoen.
- Waterbeheerder
- Het overheidsorgaan belast met de zorg voor de waterhuishouding, de waterkwaliteit, riolering afvalwater en het grondwater (waterschap, hoogheemraadschap, provincie en gemeente) en het nutsbedrijf verantwoordelijk voor de zorg voor drinkwater (drinkwaterbedrijf).
- Drinkwater
- Water van zeer goede en gecontroleerde kwaliteit, geschikt om zonder verdere bewerking te drinken.
- Grijs water
- Licht verontreinigd afvalwater afkomstig van wasmachine, douche, bad en wastafels. Grijs water bevat doorgaans zeepresten, maar geen water afkomstig van toiletten. Grijs water kan (na een eventuele behandeling) gebruikt worden voor toiletspoeling, wasmachine en bevloeiing.
- Zwart water
- Afvalwater afkomstig van toiletten, verontreinigd met ziekteverwekkende stoffen verontreinigd. Door de verontreiniging met bacteriën, virussen en organische stoffen is het water niet zonder meer geschikt voor hergebruik. Het kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
- Hemelwater
- Neerslagwater dat van daken van gebouwen, straten en andere verharde oppervlakken wordt opgevangen.
- Huishoudwater
- Water dat gebruikt wordt in huishoudens voor toepassingen die minder hoge kwaliteitseisen stellen dan drinkwater. Ook gebruik in kantoren, winkels en dergelijke kan hieronder vallen.
- Industriewater, proceswater
- Water dat in of bij industriële processen gebruikt wordt.
- Waterbalans
- De waterbalans van een gebied geeft aan hoeveel water er naar een gebied aangevoerd wordt, verminderd met het watergebruik, de waterverliezen en de verandering van de voorraden. De componenten van de waterbalans zijn: neerslag + kwel + inlaat oppervlaktewater + aanvoer drinkwater = verdamping + drinkwatergebruik + wegzijging + afvoer oppervlaktewater + afvoer afvalwater +toename van de voorraad (berging)
Aanvullende informatie
Het gaat in deze credit om de benutting van gebiedseigen water. Om dit aandeel te vergroten kunnen maatregelen onderzocht en toegepast worden. Ook wordt beloond het zorgvuldig omspringen met de hulpbron water op zodanige wijze dat deze van betere kwaliteit wordt dan wanneer op de standaard wijze gebruik gemaakt wordt van water voor de vervulling van de waterbehoeften in het gebied.
Een duurzaam ingericht gebied draagt bij aan de afvlakking van de pieken in de afvoer omdat water tijdelijke gebufferd kan worden. De waterhuishouding van Nederland is ingericht op het opvangen van fluctuaties in de afvoer. Voor gebieden in Nederland geldt doorgaans dat in de winter de neerslag groter is dan de totale waterbehoefte, waardoor de component ‘afvoer oppervlaktewater’ groot is. Een duurzaam ingericht gebied heeft in tijden van watertekort geen, of een geringe vraag naar de aanvoer van water van buiten het gebied. In extreem droge perioden wordt in delen van Nederland water ingelaten en is de afvoer van oppervlaktewater minimaal. Door schoon water langer in een gebied te conserveren en door licht verontreinigd water te benutten voor minder hoogwaardige toepassingen kan de externe aanvoer teruggedrongen worden en wordt een gebied minder afhankelijk van de grondstof water.
In een duurzaam ingericht gebied wordt weinig afvalwater geproduceerd en vindt geen of een geringe afwenteling van vervuild water naar de omgeving plaats. Door contact met vervuilde oppervlakken en door het gebruik van water in de waterketen (huishoudens en bedrijfsmatige gebruik) ontstaat afvalwater. De productie van afvalwater kan verminderd worden door inrichtingsmaatregelen, door zuivering en door hergebruik van licht verontreinigd water. In een duurzaam ingericht gebied is de vraag naar (kostbaar en extern aangevoerd) drinkwater relatief laag, doordat op een verantwoorde manier het gebruik van water voor minder hoogwaardige toepassingen grotendeels voorzien wordt door andere bronnen dan drinkwater.
Maatregelen om gebiedseigen water te benutten en het gebiedseigen water schoon te houden.
In het ontwerp kunnen maatregelen opgenomen worden waardoor de vraag afneemt, het aanbod toeneemt, de waterkwaliteit verbetert en grotere perioden van tekorten overbrugd kunnen worden. Vermindering van de vraag ontstaat door waterbesparende installaties, beperking van de verdamping, en afspraken voor reductie van de vraag voor specifieke toepassingen bij tekorten. De beschik-baarheid van water neemt toe door extra verharding, waardoor regenwater afstroomt en bijvoorbeeld het voorkomen van afvoer uit het gebied. De waterkwaliteit verbetert door het voorkomen van vervuiling en door zuiveringsvoorzieningen. Een deel van het grijze afvalwater kan hierdoor bijvoorbeeld benut worden voor toiletspoeling. De aanleg van reservoirs en het toestaan van grote(re) peilfluctuaties zorgen er voor dat water langer in het gebied vastgehouden kan worden om perioden van tekort te overbruggen.
Maatregelen om het percentage watergebruik uit lokale bronnen te vergroten
- - Schoon houden (kwaliteit behouden door bijvoorbeeld regenwater niet vermengen met afvalwater)
- - Scheiden (de kwaliteit verhogen voor hoogwaardiger gebruik bijvoorbeeld regenwater opwaarderen tot drinkwater of grijs water opwaarderen tot infiltratie- of irrigatiewater)
- - Benutten (de kwaliteit afstemmen op het gebruik, bijvoorbeeld grijswater voor doorspoelen van toiletten of aanvulling van verdampingstekorten)
- - Voorraadbeheer (voldoende bufferen door bijvoorbeeld tijdelijke ophogen lokaal oppervlaktewater, infiltreren, afvoer vertragen)
Bij de toekenning van punten wordt in deze credit gestuurd op:
- - de hoeveelheid drinkwater die van elders het gebied wordt ingepompt ofwel de externe drinkwaterbehoefte (hoe minder hoe beter);
- - de afvoer van afvalwater uit het gebied (hoe minder hoe beter);
- - de totale hoeveelheid water die naar het gebied aangevoerd moet worden om in de niet-drinkwaterbehoefte van het gebied te kunnen voldoen (hoe minder hoe beter).
- - De mate waarin (schoon of gezuiverd) water vanuit de waterketen teruggegeven wordt aan het watersysteem (grond- en oppervlaktewater).
Een voorbeeld van de berekening van watervraag en wateraanbod voor een toekomstige gemengde woonwijk van 63 ha in totaal, met 8 ha bedrijventerrein en 7 ha open water is in onderstaande figuur weergegeven. De waterbalans van de aanvoer en de afvoer wordt opgesteld in de onderliggende tabel.
Componenten van de waterbalans:
Figuur 1. Voorbeeldberekening van de waterbehoefte en beschikbaarheid in m3 per dag in een stadsuitbreiding.
De kentallen die gebruikt kunnen worden voor het berekenen van watergebruik en wateraanvoer naar een gebied zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Voor een gebied met daarin de functies wonen, groen (landbouw, recreatie, sport, natuur), en bedrijventerrein (kantoren en industrie) kan aan de hand van de kentallen een berekening van het watergebruik in de referentiesituatie gemaakt worden. De samenstelling van de functies en de ambities om verbruik terug te dringen bepalen de mate waarin dit mogelijk is. In de rekenvoorbeelden (zie spreadsheet ‘Voorbeeldberekening BRO 4 watergebruik.xlsx’) wordt aangetoond dat het gebruik van drinkwater 20% tot 45% kan afnemen ten opzichte van de referentie. Ook de export van afvalwater vanuit het gebied kan sterk afnemen (tot 80% afname) bij toepassing van lokale zuiveringstechnieken.
Referenties
- Voorbeeldprojecten met gering watergebruik e n benutting van regenwater zijn
- - Greenpark Venlo (gemengd bedrijventerrein en expositie-park: gesloten waterbalans, benutting grijs water)
- - Park 2020 Hoofddorp (Bedrijventerrein kantoren: hergebruik regenwater en grijswater)
- - Benutting regenwater voor toiletspoeling: Universiteit Maastricht, Waterschap Vallei en Eem
- - Decentrale waterzuivering Westergouwe (TU-Delft).
- Selecte literatuur
- - Omgaan met hemelwater binnen de perceelgrens, Isso-publicatie 70.1, 2008
- - Omgaan met hemelwater bij bedrijfs- en bedrijventerreinen, STOWA rapport 2004-23.
- - Gebruik van Hemelwater, Reed Business Information, 2004
- - Invloed van de systeemkeuze op de emissie van het afvalwatersysteem, STOWA rapport 2009-31
- compendium voor de leefomgeving (online)
- Statline watergebruik (online)
- http://www.KNMI.nl/
Koppeling met andere credits in dit Keurmerk
Ruimtelijke ontwikkeling
- RO 2 Ruimtegebruik
- RO 7 Ondergrondse infrastructuur
Gebiedsklimaat:
- KLI 4 Waterkwaliteit
Koppeling met andere keurmerken
Koppeling met BREEAM-NL Nieuwbouw:

